Een gesprek met Erasmus over toen en nu

Hij werd rond 1466 geboren in Rotterdam, groeide uit tot een van de grootste denkers van Europa en liet zijn naam voorgoed verbinden aan de stad. Humanist, theoloog, schrijver van onder meer Lof der Zotheid en pleitbezorger van verdraagzaamheid en kritisch denken: Desiderius Erasmus was een man van woorden én van principes.

Voor web010 e-zine verbeelden we ons het onmogelijke mogelijk: Erasmus wandelt opnieuw door Rotterdam en gaat met ons in gesprek over de stad van nu en die van zijn tijd.

“Meester Erasmus, welkom terug in Rotterdam. Wat is uw eerste indruk?”

Erasmus:
“Mijn eerste indruk? Dat ik mijn geboortegrond nauwelijks herken. Waar ik mij herinner dat de wind vrij spel had over lage huizen en modderige kaden, rijzen nu torens die wedijveren met Babel. De stad is groter, luider, sneller en toch meen ik in de gezichten van de mensen dezelfde vastberadenheid te zien.”

U bent geboren in een bescheiden handelsstad. Wat is volgens u het grootste verschil?

Erasmus:
“In mijn dagen was Rotterdam een jonge handelsplaats, levend van scheepvaart en ambacht. De wereld kwam per schip, langzaam en tastbaar. Nu lijkt de wereld hier in één oogopslag aanwezig. Uw haven is immens, groter dan men in mijn tijd had kunnen bevroeden en de koopwaar reist sneller dan een gedachte.

Toch is handel niet het meest opvallende verschil. Dat is de geest van vrijheid. In mijn tijd was denken een riskante bezigheid. Een verkeerd woord kon u duur komen te staan. Nu hoor ik mensen vrijuit spreken, schrijven, publiceren. Dat verheugt mij, al zie ik ook dat overvloed aan woorden niet altijd wijsheid betekent.”

Wat vindt u van de moderne architectuur, zoals de Erasmusbrug die uw naam draagt?

Erasmus (glimlachend):
“Een brug naar mij vernoemd? Dat streelt het ijdele deel van mijn natuur, dat ik mijn leven lang heb bestreden. De brug is sierlijk en stoutmoedig. Zij verbindt oevers zoals ideeën mensen behoren te verbinden.

In mijn tijd waren bruggen eenvoudig en praktisch. Uw stad heeft van haar wonden, want men vertelde mij over een verwoestende oorlog in de twintigste eeuw, iets nieuws en gedurfds gemaakt. Dat getuigt van moed. Rotterdam lijkt mij een stad die liever vooruitkijkt dan achterom.”

U stond bekend als criticus van machthebbers en dogma’s. Hoe kijkt u naar het huidige debatklimaat?

Erasmus:
“Het verrast mij dat, hoewel mensen vrij zijn te spreken, zij elkaar soms minder verdragen dan in mijn tijd. Toen was de dreiging zichtbaar en van bovenaf; nu lijkt de strijd horizontaal, tussen burgers onderling.

Ik pleitte voor matigheid, voor gesprek boven geschreeuw. Uw middelen, ik hoor spreken van ‘sociale media’, versterken elke stem, maar ook elke dwaasheid. In mijn Lof der Zotheid beschreef ik hoe dwaasheid overal haar plaats heeft; ik zie dat zij ook in uw eeuw springlevend is.”

Rotterdam noemt zichzelf graag een stad van doeners. Past dat bij uw humanistische idealen?

Erasmus:
“Zeker. Ik was geen man van zwaard of schip, maar van pen en studie. Toch geloofde ik dat denken en doen elkaar moeten versterken. Een stad die haar handen uit de mouwen steekt, maar ook ruimte laat voor onderwijs en cultuur, komt het dichtst bij mijn ideaal.

Wat mij verheugt, is het grote aantal studenten en scholen dat mijn naam draagt. Dat is een eer die zwaarder weegt dan een standbeeld.”

Mist u iets uit het Rotterdam van uw tijd?

Erasmus:
“De stilte. De traagheid van een stad waarin men nog de tijd had om te overdenken wat men schreef. Maar ik besef dat elke tijd zijn eigen ritme kent. Misschien moet wijsheid zich nu sneller bewegen.”

Tot slot: welk advies zou u Rotterdam anno nu willen meegeven?

Erasmus:
“Blijf bouwen, maar bouw ook aan uw geest. Koester verschil van mening, maar verlies de mildheid niet. Handel met de wereld, maar vergeet niet uzelf te onderzoeken.

Een stad wordt niet groot door haar stenen, maar door haar denken.”

Met dat laatste woord kijkt Erasmus nog één keer over de Maas. De skyline weerspiegelt in het water, modern en onmiskenbaar Rotterdams.

Misschien is de grootste overeenkomst tussen toen en nu wel dit: Rotterdam blijft in beweging. En Erasmus? Die zou er ongetwijfeld iets scherpzinnigs, en licht ironisch, over hebben geschreven.

Een gesprek met Erasmus over toen en nu
Schuiven naar boven