Coen Moulijn, de straatvoetballer die Rotterdam veroverde

Hij zou dit jaar 89 zijn geworden.
Een oude man misschien, ergens in Rotterdam, nog altijd herkend op straat. Maar Coen Moulijn overleed al in 2011. Toch is hij nooit echt verdwenen. In Rotterdam leeft hij nog steeds voort, in verhalen, in De Kuip, in de herinnering van supporters. Want Coen was niet zomaar een voetballer. Hij was Feyenoord.

Coenraadt Moulijn werd op 15 februari 1937 geboren in het Oude Noorden. Gewoon een Rotterdamse jongen uit de Bloklandstraat. Zoals zoveel jongens in die tijd speelde hij vooral op straat. Geen PlayStation, geen kunstgras, geen tactische analyses op YouTube. Gewoon een bal en een stoep. Dáár leerde hij dribbelen. Dáár leerde hij tegenstanders gek maken.

Op zijn zeventiende debuteerde hij bij Xerxes. Dat ging niet onopgemerkt. In 1955 maakte hij de overstap naar Feyenoord. En toen begon het echt. In zijn eerste wedstrijd in De Kuip liet hij meteen zien wat hij kon: snelheid, lef, techniek. Vooral dat linkerbeen van hem, verdedigers werden er horendol van. Hij passeerde ze één keer. En nog een keer. En soms nóg een keer. Gewoon omdat het kon.

Zeventien seizoenen bleef hij Feyenoord trouw. Dat is tegenwoordig bijna onvoorstelbaar. Geen transfers naar Spanje of Engeland, geen miljoenencontracten in het buitenland. Rotterdam was zijn plek. In totaal speelde hij 487 competitiewedstrijden voor Feyenoord en scoorde 84 keer. Maar cijfers zeggen niet alles. Het ging om hoe hij speelde. Met flair. Met plezier. Met bravoure.

Het absolute hoogtepunt kwam in 1970. Feyenoord won de Europacup I, de belangrijkste prijs van Europa. Voor het eerst haalde een Nederlandse club die beker binnen. Later dat jaar werd ook nog de wereldbeker voor clubteams gewonnen. Feyenoord stond bovenaan de wereld. En Coen stond op links.

Ook voor het Nederlands elftal kwam hij uit: 38 interlands tussen 1956 en 1969, met vier doelpunten. Maar zijn hart lag in Rotterdam. Dat voelde iedereen.

Wat veel mensen niet weten: midden in zijn voetbalcarrière begon hij in 1961 een modezaak in Rotterdam. Geen glitter en glamour, gewoon ondernemen. Die winkel zou hij vijftig jaar runnen. Coen bleef altijd Coen, geen sterallures.

Zijn bijnaam werd “Mister Feyenoord”. Niet bedacht door een marketingteam, maar verdiend op het veld. Hij stond voor trouw, voor techniek, voor Rotterdamse nuchterheid.

Op 1 januari 2011 kreeg hij een herseninfarct. Drie dagen later overleed hij, 73 jaar oud. Rotterdam reageerde zoals Rotterdam dat doet: massaal. Duizenden supporters namen afscheid. Fakkels, liederen, stilte in De Kuip. Het was geen gewone uitvaart. Het voelde als het afscheid van een familielid.

Vandaag kennen jonge supporters zijn acties misschien vooral van oude zwart-witbeelden. Maar wie die beelden ziet, snapt het meteen. Die dribbel. Dat lef. Die glimlach. Coen Moulijn was een straatvoetballer die het tot de top schopte, zonder ooit zijn stad te verlaten.

En daarom, ook al zou hij nu 88 zijn geweest, blijft hij voor altijd wat hij was:

Mister Feyenoord.

Foto: Het muurtje van Coen Moulijn in de Bloklandstraat / Wijkfotograaf het Oude Noorden

Coen Moulijn, de straatvoetballer die Rotterdam veroverde
Schuiven naar boven